VZC 2 - Heren 1
Laatst aangepast op zondag, 07 februari 2010 12:13
We zijn op de helft van het seizoen gekomen en dan is het tijd voor een korte evaluatie.
Wij ambtenaren noemen dat een midterm review. Om tot de helft te komen, was er eerst de jaarlijkse uitwedstrijd in Veenendaal af te werken. Deze wedstrijd liet weer zien dat we in een hele mooie fase zijn op het moment. Heerlijk hoe ons Utrechts clubje elke week het betere Ajaxpolo laat zien. Ajaxpolo, het hoeft niet te worden uitgelegd: fris spel met flair en durf waarbij ballen vlot met één aanraking worden doorgespeeld, zó simpel zó soepel en zó efficient. Ik weet zeker dat de term Ajaxpolo gaat aanslaan en zal aanspreken bij mijn waarde clubgenoten, een term die staat voor ons totaalpolo.
Veenendaal uit is altijd een beukwedstrijd en ook bij ons thuis passen ze hun spel niet aan. Dus als je ervan houdt, komt dat zien later in het seizoen. Het publiek in Veenendaal lijkt er onderhand wel genoeg van te hebben; zelden zo'n volle tribune gezien die zo weinig geluid produceert. Deze apathische houding zag je zaterdag ook terug bij de spelers. Jong en snel en uitgeblust. Met zijn twaalven tegen negen Utrechters ging de wedstrijd in de eerste twee kwartjes nog wel gelijk op, 1-0 achter, 1-3 voor, 3-3 eerste ruststand, 5-5 tweede ruststand. Je merkt al; ik ga deze keer tot in de details. Niet alleen omdat het zo'n lekkere pot was, maar vooral omdat Marcella voor het eerst in vier jaar niet bij de wedstrijd aanwezig was. Zij is werkelijk heel trouw, althans, wat dat betreft. En hoewel ze waterpolo ondanks die vier jaren nog steeds totaal niet is gaan waarderen mag zij weten: als Marcella mist dan mist er iets. Dus voor Marcella iets meer details van de wedstrijd en natuurlijk ook voor onze Jacco en Carl die noodgedwongen aan huis waren gebonden.
Bij de stand van 5-5 waren er al een paar hele mooie dingen gebeurd. Ging vorige week alles via de aanvoerder, deze week was Sebas de rode draad. Hij moest ook wel want hij verving Jacco op de 3 positie. Eindelijk hoorde je, als je goed luisterde, hem af en toe iets roepen, al is het allemaal nog een beetje timide. Laat die stem maar horen! Als je Fabian was geweest had ik daar minder op gehamerd trouwens. Van zijn eigen hand kwamen ook twee mooie doelpunten. Dat was het tweede doelpunt waarin hij op zijn typische manier doorging over rechts, zich voor het verdedigend mannetje wringt/ kruipt/ zwemt (het blijft waterpolo) en de bal in het goal stoot. En het was het derde doelpunt, uit een manmeer situatie. Belangrijker waren zijn passen. Het eerste doelpunt van mezelf en van de wedstrijd (leuke boog) kwam uit een geslepen pass vanaf de zijkant.
De stootbal is een uitkomst voor Sebastiaan. Hij is, na een lang pololoos seizoen door lichamelijke tegenslagen, een schutter geworden die het meer moet hebben van richting dan van kracht. De stootbal echter is zijn handelsmerk, zijn unique sellingpoint. De bal ligt eerder achter in het netje dan lucky luck zijn veters strikt en dat zegt veel. Door naar de doelpunten. Sebas verdient een pluim, maar, en ik ben zo'n beetje verplicht te noemen, ook ikzelf speelde een goede pot met zowaar vier doelpunten. Na het eerste boogje volgde een tweede boogje en nog een midvoor hard schot (dit leverde wat opgetrokken wenkbrauwen op van verbazing) Het vierde doelpunt was een simpele inzwemmer na een hele lekkere aanval. Een blok op de midvoor met Jeroen die hem alle vrijheid gaf om te schieten. Dat deed hij uiteindelijk met een man aan zijn arm hangend waardoor de bal niet daar aankwam waar gehoopt maar toch een doelpunt opleverde. Hij scoorde er uiteindelijk ook vier.
De evaluatie waar ik het eerder over had is ook gedaan door Ronald, maar dan kwantitatief: hij is al jaren geobserdeerd door cijfers, je zou er eigenlijk iets mee moeten doen. Waarschijnlijk komt het voort uit een behoefte om grip te krijgen op het aantal doelpunten dat gemaakt wordt en op die manier een keertje niet als nummer twee te eindigen op de ranglijst. Hij zou zich beter kunnen gaan concentreren op het scoren want loopt weer akelig achter op de nummer één.
Hij telt dus de doelpunten en het aantal persoonlijke fouten. Het gaat natuurlijk om de teamprestatie maar toch kan je er wat uit halen. Zo zou je, al moet je daar voorzichtig mee kunnen zijn, kunnen concluderen dat de schorsing van Jacco op basis van het aantal p-tjes wel eens in de lijn der verwachting zou kunnen liggen. En jammer voor Ronald: hij dit jaar, of hij zou Jeroens benen moeten breken, weer niet bovenaan de lijst zal eindigen. We kijken uit naar de volgende tussenstand.
Ik zou nog veel meer kunnen schrijven, maar goed, de eindstand: 11-7.